Veel kmo’s wachten te lang met het inschakelen van een incassobureau. Dat gebeurt vaak uit voorzichtigheid of omdat men de klantrelatie niet onder druk wil zetten. Echter heeft dat uitstel in de praktijk meestal het tegenovergestelde effect: hoe langer een factuur onbetaald blijft, hoe kleiner de kans dat ze nog geïnd wordt.

De juiste timing is daarom cruciaal. In de meeste gevallen ligt het ideale moment om een incassobureau in te schakelen tussen 30 en 60 dagen na de vervaldatum van de factuur. In de eerste weken na de vervaldatum volstaat een interne herinnering meestal nog. Blijft betaling daarna uit of reageert de klant niet, dan is dat een duidelijk signaal dat verdere opvolging nodig is. Wacht je langer dan 60 dagen, dan neemt het risico op wanbetaling aanzienlijk toe en wordt het moeilijker om het volledige bedrag te recupereren.

Naast de termijn zijn er ook specifieke signalen die aangeven dat je best sneller actie onderneemt. Klanten die herhaaldelijk beloven te betalen maar dit niet doen, voortdurend uitstel vragen of simpelweg niet meer reageren op communicatie, vormen een verhoogd risico. Ook wanneer je merkt dat een klant andere leveranciers wel betaalt, maar jouw facturen laat liggen, is het aangewezen om professionele hulp in te schakelen.

Veel ondernemers gaan ervan uit dat een incassobureau pas ingeschakeld wordt als laatste redmiddel, maar dat is een misvatting. Een professioneel incassobureau functioneert eerder als een verlengstuk van je eigen administratie. Door dossiers tijdig uit handen te geven, zorg je voor een snellere en meer gestructureerde opvolging, zonder dat je zelf tijd en energie blijft investeren in een vaak frustrerend proces. Bovendien blijft de kans op een minnelijke schikking groter wanneer er vroeg wordt ingegrepen. Hierdoor kan een gerechtelijke procedure vaak vermeden kan worden.

Een bijkomende drempel om actie te ondernemen is de vrees voor kosten. In de praktijk werken veel incassobureaus volgens het principe van no cure, no pay, wat betekent dat je in principe niets betaalt en jouw volledige factuur ontvangt. Het is namelijk de schuldenaar die de dienst betaalt. In combinatie met het ontbreken van vaste kosten maakt dit het financiële risico bijzonder beperkt. Voor KMO’s is het dus perfect mogelijk om openstaande facturen uit te besteden zonder voorafgaande investering.

Tot slot speelt ook de snelheid van opvolging een doorslaggevende rol. Hoe sneller een dossier wordt opgepakt, hoe groter de kans op succes. Moderne incassoprocessen maken gebruik van automatisatie, waardoor dossiers onmiddellijk worden opgestart en consequent worden opgevolgd. Dit voorkomt vertragingen en verhoogt de efficiëntie aanzienlijk.

Heb je momenteel facturen die te lang onbetaald blijven? Dan is het aangewezen om niet langer te wachten en de opvolging professioneel uit te besteden. Neem contact op met Fincasso.

De wettelijke intrestvoeten stijgen fors!

Vanaf 1 januari 2023 zal de gewone wettelijke intrestvoet stijgen van 1,5 % naar maar liefst 5,25 %.

De intrestvoet voor handelstransacties stijgt van 8% naar 10,50%.

Het was te verwachten dat de intrestvoeten zouden stijgen maar dat er zo’n gigantische stijging zou worden vastgelegd, wekt toch een beetje verbazing.

Het is dus zonder meer een goed idee om facturen tijdig te betalen!

Betalingstermijnen in B2B-context

  • Doel

De Belgische wetgever wil het betalingsverkeer tussen ondernemingen zo vlot mogelijk doen verlopen. Ondernemingen die moeten wachten op betaling van hun facturen stellen immers mogelijks zelf betalingen uit, stellen investeringen uit, werven minder personeel aan etc. wat allemaal nadelig kan zijn voor het concurrentievermogen en de winstgevendheid van de Belgische ondernemingen.

De wet van 2 augustus 2002 die de betalingstermijnen in handelstransacties regelt, werd een aantal keer gewijzigd om het betalingsverkeer tussen ondernemingen te optimaliseren.

  • Voor 2020

De wet bepaalde het volgende:

  • voorzien partijen geen betalingstermijn: dan moet de schuld binnen de 30 dagen worden betaald
  • voorzien partijen wel een betalingstermijn: dan mag deze niet langer zijn dan 60 dagen

In de praktijk bleek dat kleinere ondernemingen vaak onder druk werden gezet door multinationals om langere betalingstermijnen te aanvaarden.

Aangezien de wet geen sanctie voorzag op het overeenkomen van een langere betalingstermijn dan 60 dagen en men geen grote klanten wil verliezen, wachtten de kleinere ondernemingen maar wat langer op betaling met alle negatieve gevolgen van dien.

  • Wetswijziging 2020

Om paal en perk te stellen aan de druk die multinationals konden uitoefenen, kwam de wetgever in 2020 tussen.

Het systeem van de betalingstermijnen werd grotendeels behouden: partijen zijn vrij om een betalingstermijn af te spreken. Voorzien ze geen termijn, dan moet er betaald worden binnen de 30 dagen. Voorzien partijen wel een termijn, dan mag deze niet langer zijn dan 60 dagen.

Er werd echter een onderscheid tussen KMO’s[1] en grote ondernemingen geïntroduceerd. De wetswijziging zat er in dat er een zeer duidelijke sanctie werd voorzien voor bepalingen in overeenkomsten met een KMO als schuldeiser die een langere betalingstermijn dan 60 dagen voorzien. Dergelijke clausules waren vanaf 29 april 2020 nietig. Dit wil zeggen dat ze juridisch gezien niet bestaan en men als het ware terugvalt op een overeenkomst zonder betalingstermijn (waardoor de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen geldt).

Daarnaast bepaalde de wet dat de betalingstermijn ingaat vanaf de dag volgend op:

  • de ontvangst van de factuur door de schuldenaar
  • de ontvangst van de goederen of diensten door de schuldenaar
  • de aanvaarding of controle ter verificatie van de conformiteit van de goederen of diensten

Het systeem bleek nog niet helemaal waterdicht. Door een aantal achterpoortjes kon men de betalingstermijn kunstmatig verlengen. Dit door bijvoorbeeld een verificatietermijn (wettelijk 30 dagen) te voorzien voor aanvaarding en controle van de geleverde goederen of diensten, waardoor men tot een betalingstermijn van 90 dagen kon komen of door de datum van ontvangst van de factuur contractueel op een later tijdstip vast te leggen.

  • Wetswijziging 2022: huidige situatie

De wetgever kwam opnieuw tussen om deze achterpoortjes te sluiten.

  • Met ingang van 01.02.2022 werd de beperking op de betalingstermijn tot 60 dagen doorgetrokken naar alle ondernemingen. De beperking geldt dus niet langer enkel in overeenkomsten met een KMO als schuldeiser.
  • Een contractuele bepaling die alsnog een langere betalingstermijn zou voorzien, blijft nietig en dus onbestaande. In dat geval valt men terug op de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen.
  • De wet bepaalt dat de betalingstermijn ingaat op de dag volgend op die van:
    • de ontvangst van de factuur door de schuldenaar
    • de ontvangst van de goederen of diensten, indien de datum van ontvangst van de factuur niet vaststaat of indien de schuldenaar de factuur eerder ontvangt dan de goederen of diensten

Tegelijkertijd wordt wettelijk vastgelegd dat de ontvangstdatum van een factuur niet langer contractueel kan worden bepaald. Enkel de feitelijke datum van ontvangst telt.

Daarnaast bepaalt de wet dat wanneer een verificatietermijn wordt bedongen, deze integraal deel uitmaakt van de betalingstermijn en er niet nog eens bovenop komt om zo tot een langere termijn dan 60 dagen te komen.

De startdatum van de betalingstermijn kan dus niet meer worden gemanipuleerd.

  • Daarnaast moet de schuldenaar tijdig – uiterlijk op het moment van ontvangst van de goederen of diensten – alle nodige informatie verschaffen aan de schuldeiser opdat deze een factuur kan opmaken.
  • Ten slotte wordt het naleven van de betalingstermijn meer afdwingbaar gemaakt. Betaalt de schuldenaar niet tijdig, dan zijn er vanaf heden automatisch verwijlintresten en een schadebeding (van 40,00 Euro) verschuldigd. Een ingebrekestelling vanwege de schuldeiser is hiervoor niet langer nodig.

De wetswijziging voorziet de mogelijkheid om bij Koninklijk Besluit een langere betalingstermijn toe te staan in bepaalde sectoren, maar het is nog niet geweten of hier gebruik van zal worden gemaakt.

Of de wetgever het speelveld voor grote en kleinere ondernemingen met deze ingrepen effectief (meer) gelijk zal krijgen, zal uit de praktijk moeten blijken.

Wij volgen het alleszins voor u op!

[1] Om een KMO te zijn, mocht men niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:

  • een jaargemiddelde van 50 werknemers
  • een jaaromzet van 9.000.000,00 Euro (exclusief BTW)
  • een balanstotaal van 4.500.000,00 Euro